Verslag Zwedenreis 2018

Laat onderaan je reactie achter!

Na een succesvolle editie van de Zwedenreis van vorig jaar had DKIJV besloten om dit jaar opnieuw in Zweden te gaan schaatsen. Vergeleken met een groepsgrootte van 24 van vorig jaar was de groep van dit jaar veel kleiner, in totaal 13 personen.

Het voordeel van deze grootte is echter dat op organisatorisch en logistiek gebied, zaken gemakkelijker geregeld konden worden. Een klein gedeelte van de deelnemers van vorig jaar waren ook van de partij.

 

1e dag – woensdag

Na aankomst op de luchthaven van Stockholm, Arlanda, werden we bij de uitgang verwelkomd door een van de twee gidsen van Naturguiden, Björn. Ik was verrast door de grote hoeveelheid spullen die hij voor de groep had meegenomen. Op de grond lagen overal tassen met Zweedse langlaufschoenen met Rottefella binding, kluun-ijzers van het merk Zandstra en redding rugzakken. Voor iedere deelnemer was er verder nog twee waterdichte plastic zakken en een handdoek om men droog te maken, mocht men in een wak terecht komen. Verder kreeg iedere deelnemer een thermoskan met daarin warm water of koffie. Op de parkeerplaats van de luchthaven troffen we de tweede gids van Naturguiden aan, Magnus. Voor de groep van 13 schaatsers en twee begeleiders waren er twee bestelauto’s beschikbaar.

Ten westen van Stockholm is er een groot merengebied, de Mälaren. Grote delen van dit meer waren deze week bevroren. Na een korte rit kwamen we aan het dorp Kallhäll, dichtbij de plaats Kungsängen. De auto’s stopten bij het badhuis Kallhäll, dat aan de Mälaren grenst. Bij het uitstappen mocht iedere deelnemer 1 paar stokken meenemen. Het badhuis was leeg. Kennelijk was het alleen bedoeld voor de zomer. De temperatuur was 2°C en ’s avonds zouden de temperatuurwaarden rond de -5°C schommelen. Het zou de hele week ook zo blijven, volgens het weerbericht.

Het was inmiddels 13:30 uur. We namen onze veiligheidsrugzak en onze ijzers mee, liepen naar het meer en kregen daar een veiligheidsinstructie. In de eerste waterdichte zak legde men de reservekleding, de handdoek en eventuele etenswaar. In de tweede waterdichte zak legde men de eerste waterdichte zak. De tweede waterdichte zak legde men vervolgens in de rugzak, samen met de thermosfles. Aan de linkerkant van mijn rugzak bevonden zich twee ijspennen en aan de rechterkant bevond zich een reddingslijn. Verder bevat de rugzak extra bevestigingen om de benen van de schaatser, zodat bij een eventuele val, de rugzak niet kon schuiven. De stokken waren slechts bedoeld om over ongelijke vlakken van ijs voort te bewegen. Bij het schaatsen kwam het erop neer dat gids Björn voorop rijdt en dat we hem moesten volgen, zonder hem in te halen. Om zeker te zijn dat we niet op zwak ijs schaatsen, moesten we zijn pad volgen. De gids Magnus rijdt achteraan de groep, om zeker te zijn dat niemand de weg kwijt raakt.

Het ijs op deze dag was grotendeels glad en er lag geen sneeuw op het ijs. Na een uurtje hadden we pauze. De thermoskannen koffie of warm water konden uitgepakt worden. Er was eten meegenomen voor iedereen. Op de Zweedse broodjes kon men verschillende tubes vloeibaar voedsel smeren. “Het leek wel ruimtevoedsel”, dacht ik. Omstreeks 15:00 uur begon de zon te schijnen. Op het ijs ontstonden unieke beelden van schaduwen van de schaatsers. Het was op het eind van de route wat zoeken om weer veilig naar het badhuis te schaatsen. Ik had mijn GPS horloge niet meegenomen deze dag, maar ik had gehoord dat we ongeveer 25km hadden gereden. We reden naar het dorp Sigtuna, dat ongeveer 50km van het Noordwesten van Stockholm lag. De verblijfplaats was de Sigtuna Folkhögskola (Sigtuna Folk High School), een soort school voor volwassenen waar men cursussen kan volgen. In de week waarin we schaatsen, was de school leeg en waren de overnachtingsruimten beschikbaar gesteld als hotelkamers.

Het was de bedoeling dat elke avond, een deel van de groep schaatsers het eten ging inkopen en vervolgens ging koken. Op de eerste avond was er spaghetti op het menu. De twee gidsen verbleven ook in de school en aten met ons mee. Jacques, die het eten had bereid, had goed gerekend, aangezien na afloop van de maaltijd alles op was.

 

2e dag – donderdag

Het was  2°C in de ochtend. Met de gidsen was afgesproken dat we weer zouden starten vanuit het badhuis Kallhällsbadet van Kallhäll. In de auto had ik een conversatie met één van de dames Ammerlaan. Ze twijfelde aan haar techniek waarop ik antwoordde dat het niet het lichaam is, maar dat de schaats is die het uiteindelijke werk moet doen. Mijn uitspraak werkte de gehele dag door als een soort mantra.

Na een uurtje schaatsen hielden we in de middag pauzeren. Tijdens het nuttigen van mijn middagmaaltijd zag ik een vrachtschip in noordwaartse richting varen. Het reed precies op de plek waar we straks wouden oversteken! We zagen dat we niet meer aan de andere kant van het meer konden komen, aangezien er na de passage van het vrachtschip een vaargeul van 3 meter breed was ontstaan. Het ijs ten oosten van de vaargeul was nog te rijden en de gids besloot verder zuidwaarts te rijden. Na een kilometer kwamen we een scherpe bocht naar links tegen. Aan de vaargeul te zien, had het vrachtschip heel dicht langs de rechteroever gevaren. We konden niet meer verder zuidwaarts rijden omdat de vaargeul de rechteroever had geraakt. Er restte niks anders op dan weer terug te rijden, in noordwaartse richting.

Een uurtje later kwamen we aan bij een schiereiland bij de Frölunda Natuurreservat. We gingen daar een pauze inlassen om naar de 10km schaatsen van de Olympische Spelen te bekijken. Via een mobiele telefoon konden we de wedstrijd live volgen. Ik geloof dat iedereen naar de wedstrijd keek, behalve gids Björn, die een middagdutje deed. We zagen live de ritten van Bergsma, daarna Bloemen en daarna Kramer. Kramer had echter een unieke off-day. We volgden niet de hele rit. Toen we zagen dat Svens rondetijden boven de 31 seconden liepen, gingen we maar zelf schaatsen.

Om 16:00 uur waren we weer terug bij Kallhäll en hadden we ongeveer 45km geschaatst. ’s Avonds was het menu kip curry met rijst, met een salade. Als toetje was er Turks yoghurt met bessenjam.

 

3e dag – vrijdag

We vertrokken om 9:00 uur en de buitentemperatuur was 0°C. Doordat het sneeuwde, gingen we niet reizen. De vertrekplaats was de aanlegsteiger van Sigtuna. De gehele dag kregen we te maken met sneeuw op het ijs. Het leek wel alsof ik gehele dag blind had geschaatst.  Op het sneeuw zag ik unieke sporen van dieren. In een van de oevers hadden zich unieke ijspegels gevormd. We stopten ook bij een boom die door bevers naar beneden zijn gehaald. Bij de tweede rustplaats stookte Björn een vuurtje waar we de meegebrachte worstjes werden gebarbecued. Wie geen grijper had, kreeg een tak, waar Björn met behulp van een mes een puntig uiteinde had gemaakt.

Aan het eind van de stijger van Sigtuna splitste de groep zich in drieën. Anne en de dames hadden gekozen om naar de koffiehuis in de stad te gaan. Vier snelle rijders namen nog een lange ronde van ongeveer 25km en ik ging met een klein groepje met gids Magnus mee naar het noorden, tot de brug. De brug bereikten we op 500m. De ijs was onbetrouwbaar en zodoende ben ik een aantal keer gevallen. Aan het eind van de dag gaf gids Magnus me een tip bij slecht ijs. Daar moet men de balans vasthouden door beide schaatsen niet naast elkaar te houden, maar één schaats iets vòòr de andere om een betere balans te krijgen. Bij slecht ijs kan men als een soort ijshockeyer hele korte slagen maken om te voorkomen dat men valt. In het algemeen moet de schaatser juist voldoende snelheid hebben om niet te vallen.

‘s Avonds ging ik met mijn kookploeg inkopen doen en hadden we op het menu: asperges pasta met zalm en salade. Als toetje hadden ijs èn Turkse yoghurt. Verder mocht ik twee potjes Baltische haring kopen, eentje met uien en eentje met dillesaus – een typisch Scandinavisch gerecht bij het ontbijt, middagmaaltijd en buffet. De kookploeg van de avond bestond uit Jacques, Anne, Ilone, Marène, Sandra, Maartje en ik. Voor de gelegenheid had Jacques een aantal kookmutsen meegenomen.

 

4e dag – zaterdag

Vandaag reden we zo’n 1,5 uur om het zuiden van de Mälaren te bereiken. De start vond plaats bij kasteel Gripsholm in Mariefred. Dit kasteel is een van de tien koninklijke paleizen van het land. De temperatuur was 0 °C met veel zon. Een aangename dag.

Aangezien er grote kans was dat gids Björn vandaag voor het laatst was, besloten Martijn en Jacques tijdens een rustpauze de cadeaus uit te reiken. Björn en Magnus kregen Goudse wafels en bloembollen als dankbetuiging voor het begeleiden van onze groep. Rond 14:00 uur was er een afsplitsing van de groep. De dames en uiteraard ook Anne, gingen met Björn naar een nabijgelegen dorp naar een ‘koffie met gebak’-buffet. Gezien de doorgeappte foto, heeft de rest van de groep echt wat gemist.

Vervolgens ging mijn groep onder begeleiding van gids Magnus verder. Er werden snelheden van iets meer dan 20km/uur bereikt.  Er lag een dun laagje sneeuw op het ijs en sommige gedeelten waren niet vlak. De schaatsadviezen van gisteren had ik met succes kunnen toepassen. Onderweg stopten we op een schiereiland waar we een praatje maakten met lokale inwoners. Zij waren bezig de zomerwoning aan het onderhouden en ze vertelden ons dat veel lokale inwoners zomers met de boot naar Stockholm varen, zo’n 30km oostwaarts.

Het experiment van Arnaud om rendierenvlees op het avondmenu te zetten was goed geslaagd. Het menu bestond uit aardappelen, broccoli en rendierenvlees met uien en bessenjam. Als toetje was er nog de Turkse yoghurt. Björn verliet de groep om 1900 uur en zijn vervanger voor de laatste dag was Henrik.

 

5e dag – zondag

Het was -2°C. De verwachting was dat het vanmiddag ging sneeuwen. Twee schaatsers, waaronder Arnaud, die gistermiddag met Hans in botsing kwam, bleven achter. Na een korte autorit arriveerden we in Ekolsund.

Het ijs was ruw en er lag 5 cm sneeuw op het ijs. Eenmaal op het meer was er in de wijde omtrek niets anders dan sneeuw te zien. De plek tussen land en zee was niet te onderscheiden. Het leek wel een examendag. Alle kennis die ik op de voorgaande dagen had opgedaan, kwamen vandaag goed te pas – namelijk ‘blind’-schaatsen. Onderweg kwamen we vissers tegen en om vis te vangen boorden zij met een machine heel snel een gat van 10cm doorsnee op het ijs. Een dag later vroor zo’n gat weer dicht. Stel je voor, zo’n gat is bedekt met 5 cm sneeuw zoals vandaag. Wat zou er gebeuren als ik er in rij? “Je moet niet denken, je moet genoeg snelheid behouden!” dacht ik. “Bij aarzelen verlies je snelheid en dan kan de schaats niet uit zo’n gat komen!”, schemerde ik de hele dag. Dichtbij de oever was er altijd kans dat er verhoging was van ijsschotsen, voortgedreven door de wind. Stel je eens voor, op zo’n ijsschots ligt 5cm sneeuw. Rij ik weer overheen. “Niet nadenken, versnellen, kleine passen!” schemerde het door mijn hoofd.

Na de middag viel de verwachte sneeuw. Voor mij begon het een zware beproeving te worden. Tijdens de rust op het eiland was het al koud. Het leek wel een overlevingstocht. Zittend op het eiland keek ik naar de andere kant van het meer. Het was toch niet te geloven dat ik dit mooie schouwspel straks in ging ruilen voor de terugreis? Ik ging dit beeld al missen. De sneeuw bleef maar aanhouden en we besloten terug te gaan. Na terugkomst in Ekolsund konden we kiezen om nog een uurtje te gaan schaatsen onder begeleiding van Henrik of terug te gaan naar de hotel. De meesten van ons kozen voor de laatste optie en achteraf hoorde ik dat de andere groep van de sneeuwtocht heeft genoten.

 

Met sportieve groet.

Jan Cheung

Email this to someoneShare on FacebookTweet about this on TwitterShare on Google+

Laat een reactie achter