Wedstrijdinfo shorttrack

In tegenstelling tot het langebaanschaatsen is de tijd van een rijder niet van belang maar gaat het puur om de ritklassering. Vier tot zes rijders starten tegelijk en de rijder die als eerste finisht wordt als winnaar aangewezen. De afstanden die verreden kunnen worden zijn de 222, 333, de 500 (4 ½ ronde), 1000 (9 ronden) en 1500 meter (13 ½ ronde). Afhankelijk van leeftijd en toernooi.

Elke shorttrackwedstrijd is opgedeeld in diverse rondes, te beginnen met de heats (voorrondes). Hierbij zijn de rijders door loting ingedeeld in een aantal ritten. Afhankelijk van het aantal deelnemers worden tijdens een wedstrijd vier tot zes heats verreden. De rijders stappen vanuit de ‘heatbox’ (de wachtkamer zeg maar) het ijs op om aan hun race te beginnen.

De meeste wedstrijden (competitie en internationale toernooien) worden volgens het “all-final”-systeem gereden. Dat betekent dat elke rijder zich kwalificeert voor de volgende ronde en daarmee uiteindelijk elke rijder op zijn niveau een finale rijdt. De eerste twee rijders van een race plaatsen zich, ongeacht hun tijd, voor de bovenste helft van het kwalificatieschema van de volgende ronde (groep 1), soms aangevuld met een aantal tijdsnelste derden. De overige rijders gaan door naar de onderste helft (groep 2). In de halve finales gaan de eerste twee rijders van de ritten in groep één door naar de A-finale, de rest van de rijders rijden in de B-finale. In de A-finale kunnen rijders, afhankelijk van het aantal deelnemers, plaats 1 tot 4 op een afstand behalen. De B-finale is dan goed voor plaats 5 tot 8. Rijders uit groep 2 gaan op dezelfde manier door naar respectievelijk de C en D-finale.

In Nederland zijn er twee wedstrijdcycli, de Regiocompetitie en de Nationale Competitie (met ingang van seizoen 07-08: KNSB-Cup). Jonge en beginnende rijders nemen deel aan de regionale wedstrijden, terwijl de ervaren rijders in de Nationale Competitie rijden. Jaarlijks wordt ook het Nederlands Kampioenschap verreden. Naast deze wedstrijden vinden binnen Nederland nog een aantal nationale en internationale toernooien plaats, waaronder het Open Nederlands Kampioenschap, de Friesland Cup en de Arie Ravensbergen Bokaal

Reglementen
Bij het shorttrack zijn er andere regels dan bij het langebaanschaatsen. Er wordt immers met meerdere rijders tegelijk in de baan wordt gereden. Deze internationaal geldende regels zijn opgesteld door de Internationale Schaatsunie (ISU). Inhalen is toegestaan, binnendoor én buitenom. De verantwoordelijkheid voor botsingen ligt, mits de andere schaatser zich aan de reglementen houdt, bij de rijder die inhaalt. Schaatsers die een ronde achter komen te liggen mogen hun race vervolgen aan de buitenkant van de baan, zonder de rest van de rijders in de weg te rijden. Wordt hij of zij wederom ingehaald, dan moet de race worden verlaten als er geen rijders meer op een overbrugbare afstand rijden.

Tijdens wedstrijden wordt door een aantal juryleden (1 hoofdscheidsrechter en 4 assistent-scheidsrechters) op en rond de baan gelet op een correct verloop van een race. De onderstaande overtredingen zijn gedefinieerd:

  • Impeding: het opzettelijk blokkeren of hinderen van andere rijders met het lichaam, om zo te bewerkstelligen dat tegenstanders niet kunnen passeren of gedwongen zijn hun snelheid te verlagen.
  • Crosstrack: afwijken van de lijn die men volgt om zo het pad van een andere rijder te kruisen om zo te zorgen dat deze zijn snelheid moet verlagen.
  • Off-track: (een gedeelte van) de baan afsnijden met één of beide schaatsen, waardoor de gereden afstand korter wordt.
  • Kicking out: het, met name bij de finish, doelbewust optillen van de schaats, op een zodanige manier dat een gevaarlijke situatie ontstaat. Bij de finish komt dit veel voor doordat rijders hun been uitsteken om als eerste over de finishlijn te glijden.
  • Assistance: het op een zodanige manier geven of ontvangen van hulp tijdens de race, zodat rijders daar voordeel van ondervinden (geldt niet bij aflossingsraces)

Bovenstaande overtredingen worden bestraft met een diskwalificatie, een penalty. Ook het twee maal veroorzaken van een valse start leidt tot diskwalificatie. Verder is het niet toegestaan om de verplichte beschermende kleding als helm of nekbeschermer los te maken of te verwijderen. Gediskwalificeerde rijders worden automatisch laatste in de rituitslag. Ze mogen bij een wedstrijd volgens het “all-final”-systeem (zie wedstrijdverloop) nog wel starten in een eventuele volgende ronde, maar worden naar de lagere helft van het kwalificatieschema geplaatst. Rijders die nadeel ondervinden van acties van andere rijders kunnen door de scheidsrechter alsnog toegevoegd worden aan de volgende ronde.

Relay
Een ander favoriete wedstrijdonderdeel bij het shorttrack is de relay (aflossing). Hierbij rijden teams van drie of vier rijders tegen elkaar. Van elk team rijdt telkens één rijder een aantal ronden in de baan. Vervolgens komt de volgende rijder aan het einde van de bocht de baan in, waarna er afgewisseld wordt met een duw. Zo wisselen de rijders elkaar af, tot drie ronden voor het einde. De rijder die dan in de baan komt rijdt vervolgens de race uit. Diskwalificatie volgt als er niet zichtbaar gewisseld wordt of als er afgewisseld wordt in de laatste twee ronden.

Leeftijdscategorieën
Internationaal worden rijders ingedeeld in de onderstaande categorieën[7], op basis van leeftijd. In Nederland wordt in plaats van junior D, E en F de categorie pupil 1, 2 en 3 gehanteerd. Als peildatum geldt 1 juli direct voorafgaand aan het betreffende seizoen.

  • Junior F: < 9 jaar (ook wel pupil 3)
  • Junior E: 9 – 10 jaar (ook wel pupil 2)
  • Junior D: 11 – 12 jaar (ook wel pupil 1)
  • Junior C: 13 – 14 jaar
  • Junior B: 15 – 16 jaar
  • Junior A: 17 – 18 jaar
  • Neo-senioren: 19 – 20 jaar
  • Senioren: 21 – 39 jaar
  • Veteranen: > 39 jaar

Kleding
Omdat de risico’s bij het shorttrack vele malen groter zijn dan bij het langebaanschaatsen, moeten rijders zich extra beschermen. Om hun hoofd te beschermen bij een val moeten shorttrackers verplicht een schaatshelm dragen. Tijdens wedstrijden krijgen alle rijders een helmcap met hun wedstrijdnummer. Als bescherming tegen snijwonden, van eigen of andere schaatsen, is tijdens ISU-evenementen, Olympische Spelen en internationale wedstrijden het dragen van snijbestendige kleding, (deels) gemaakt van dyneema of kevlar, verplicht[6]. Het gebruik van kevlar is voordeliger, terwijl dyneema duurzamer is. De knieën worden nog extra beschermd met kniebeschermers. Shorttrackers dragen snijvaste handschoenen, waaraan ze zelf vaak nog gladde bolletjes op de vingertoppen van de linkerhand, welke immers veel over het ijs glijden, toevoegen.

Selectiecriteria
Binnen onze regio organiseert het gewest samen met de verenigingen de regionale wedstrijden. Hieraan kunnen alle shorttrackers met een licentie deelnemen die niet voldoen aan de limieten om deel te nemen aan de landelijke competitie. Deze wedstrijden zijn speciaal bedoeld voor de jonge en beginnende shorttrackers in alle categorieën. Naast de regionale is er ook een landelijke competitie. Om deel te kunnen nemen aan de landelijke competitie moet je minimaal junior C zijn en de limiettijd hebben gereden.

  • Regiocompetitie: Cyclus van meerdere wedstrijden, waaraan jonge en beginnende rijders deelnemen.
  • KNSB-Cup: Competitie op diverse ijsbanen door het hele land, waaraan de gevorderde, snelle rijders meedoen
  • Nederlands Kampioenschap: Jaarlijkse tweedaagse wedstrijd waarin gestreden wordt om de Nederlandse titels in de diverse leeftijdscategorieën (vanaf junior C t/m senior)
  • Open Nederlands Kampioenschap: Internationaal toernooi over twee dagen voor pupillen 1 en junioren met open inschrijving, zodat ook clubs uit het buitenland mee kunnen doen.

De StarClass is een Europese competitie, waarin talentvolle pupillen en junioren zich internationaal met leeftijdsgenoten kunnen meten. Om aan de starclass te mogen deelnemen gelden de onderstaande criteria:

invulling volgt.

Laatst gewijzigd op 24 december 2013 om 19:52