Wedstrijdreglement
Kwalificatieschema wedstrijden
De meeste wedstrijden (competitie en internationale toernooien) worden volgens het “all-final” systeem gereden. Dat betekent dat elke rijder zich kwalificeert voor de volgende ronde en daarmee uiteindelijk elke rijder op zijn niveau een finale rijdt.
De eerste twee rijders van een race plaatsen zich, ongeacht hun tijd, voor de bovenste helft van het kwalificatieschema van de volgende ronde (groep 1), soms aangevuld met een aantal tijdsnelste derden. De overige rijders gaan door naar de onderste helft (groep 2). Dit principe herhaalt zich in de halve finales. In de A-finale staan uiteindelijk de rijders die hun voorgaande races het snelst hebben verreden en wordt in de finale het eindklassement bepaalt. In een B-finale en eventuele C- en D-finale worden de resterende rijders gerangschikt in het eindklassement. Een rijder in een C-finale kan daarbij nooit hoger eindigen dan een rijder in de B-finale.
Beschermende kleding
Omdat de risico’s bij het shorttrack vele malen groter zijn dan bij het langebaanschaatsen, moeten rijders zich extra beschermen.
- Helm: Om hun hoofd te beschermen bij een val moeten shorttrackers verplicht een schaatshelm dragen. Tijdens wedstrijden krijgen alle rijders een helmcap met hun wedstrijdnummer.
- Snijbestendige kleding: Als bescherming tegen snijwonden (van eigen of andere schaatsen) is tijdens ISU-evenementen, Olympische Spelen en internationale wedstrijden het dragen van snijbestendige kleding, (deels) gemaakt van dyneema of kevlar, verplicht. Het gebruik van kevlar is voordeliger, terwijl dyneema duurzamer is.
- Kniebeschermers: De knieën worden extra beschermd met kniebeschermers.
- Snijvaste handschoenen: Shorttrackers dragen snijvaste handschoenen. Gevorderde wedstrijdrijders voegen zelf gladde bolletjes op de vingertoppen van de linkerhand toe. De linker hand glijd namelijk veel over het ijs.
Reglement
Bij het shorttrack zijn er andere regels dan bij het langebaanschaatsen. Er wordt immers met meerdere rijders tegelijk in de baan gereden. Deze internationaal geldende regels zijn opgesteld door de Internationale Schaatsunie (ISU). Inhalen is toegestaan, binnendoor én buitenom. De verantwoordelijkheid voor botsingen ligt, mits de andere schaatser zich aan de reglementen houdt, bij de rijder die inhaalt. Schaatsers die een ronde achter komen te liggen mogen hun race vervolgen aan de buitenkant van de baan, zonder de rest van de rijders in de weg te rijden. Wordt hij of zij wederom ingehaald, dan moet de race worden verlaten als er geen rijders meer op een overbrugbare afstand rijden.
Tijdens wedstrijden wordt door een aantal juryleden (1 hoofdscheidsrechter en 4 assistent-scheidsrechters) op en rond de baan gelet op een correct verloop van een race. De onderstaande overtredingen zijn gedefinieerd:
- Impeding: het opzettelijk blokkeren of hinderen van andere rijders met het lichaam, om zo te bewerkstelligen dat tegenstanders niet kunnen passeren of gedwongen zijn hun snelheid te verlagen.
- Crosstrack: afwijken van de lijn die men volgt om zo het pad van een andere rijder te kruisen waardoor deze zijn snelheid moet verlagen.
- Off-track: (een gedeelte van) de baan afsnijden met één of beide schaatsen, waardoor de gereden afstand korter wordt.
- Kicking out: het, met name bij de finish, doelbewust optillen van de schaats, op een zodanige manier dat een gevaarlijke situatie ontstaat. Bij de finish komt dit veel voor doordat rijders hun been uitsteken om als eerste over de finishlijn te glijden.
- Assistance: het op een zodanige manier geven of ontvangen van hulp tijdens de race, zodat rijders daar voordeel van ondervinden (geldt niet bij aflossingsraces)
Diskwalificatie
Bovenstaande overtredingen worden bestraft met een diskwalificatie, een penalty. Ook het twee maal veroorzaken van een valse start leidt tot diskwalificatie. Verder is het niet toegestaan om de verplichte beschermende kleding als helm of nekbeschermer los te maken of te verwijderen.
Gediskwalificeerde rijders worden automatisch laatste in de rituitslag. Ze mogen bij een wedstrijd volgens het “all-final” systeem (zie wedstrijdverloop) nog wel starten in een eventuele volgende ronde, maar worden naar de lagere helft van het kwalificatieschema geplaatst. Rijders die nadeel ondervinden van acties van andere rijders kunnen door de scheidsrechter alsnog toegevoegd worden aan de volgende ronde.
