DKIJV’s Grande Tour Editie 5

Laat onderaan je reactie achter!

Na het succes van de 1e editie (La Marmotte Frankerijk), de 2e editie (Maratona dles Dolomiti Italië), 3e editie (La Chouffe België), 4e editie (Amstel Gold Race) stond nu editie 5 voor de deur. Op donderdag 1 september reisden een elftal hemelbestormers (waaronder DKIJV-ers Leon, Majoca, Anne, Rob, Sebastiaan, Jan, Bart en Don) af naar Italië. De aankomende dagen stonden in het teken van het beklimmen van het koningstrio bestaande uit de Stelviopas, de Mortirolo en de Gaviapas.

Pas een aantal weken voor de daadwerkelijke vertrekdatum nam het enthousiasme voor deelname aan DKIJV’s Grande Tour echt toe. Daardoor sliepen 7 deelnemers in een berghut met alle luxe, 2 deelnemers in hun caravan in het dal en 2 in het hotel in Bormio.

De Stelvio

De weersgoden waren ons goed gezind en de eerste Koningsrit kon direct op vrijdag worden gereden. ’s Morgens om half negen vertrok een negental renners met het zonnetje in de rug en een temperatuur van circa 12 graden op weg naar de eerste top, de Stelvio op 2758 meter hoogte.

Voordat de overwinning van de beklimming gevierd kon worden moesten er eerst nog even 39 haardspeldbochten doorgefietst worden. Het was afzien, maar hoe heerlijk is het als je weet dat je ergens in één van die vele bochten de trouwe supporter Hans en ploegleidster Majoca treft die je er door heen helpen, bevoorraden en aanmoedigen om toch nog maar die laatste tien bochten af te vinken. De snelste klimmers boften. Zij konden langer van het uitzicht genieten.

Na circa 2,5 uur was het negental compleet. Kapot maar voldaan werd lachend en wel de ‘afdalingsuitrusting’ aangetrokken. Gezamenlijk werd afgedaald vanaf de Stelvio over de hoogste pas van Zwitserland, de Umbrail pass. Na tientallen kilometers dalen en vele haardspeldbochten verder kregen de remmen wat rust en kon de afdaaluitrusting weer in de volgauto.

Vervolgens werd om de Stelvio heengefietst om vervolgens vanuit Zwitserland de Stilfersjoch pass (zoals de Stelvio vanaf Zwitserse kant heet) te beklimmen. Met de Passo dello Stelvio van vanochtend in de benen werd begonnen aan het afvinken van de 48 haarspeldbochten. De gemiddelde snelheid daalde, er werd nog meer op de tanden gebeten, vragen als ‘waar ben ik aan begonnen’ speelden door de hoofden. Na circa 2,5 uur haalden alle negen de top en genoot ieder op zijn manier van zijn overwinning en zijn wereldtijd.

Het was inmiddels laat in de middag wanneer voor de tweede keer en de laatste keer die dag het afdaaltenue aangetrokken werd en genoten kon worden van de welverdiende afdaling naar Bormio.

’s Avonds werd met elkaar gegeten in het restaurant in het dorp en werd nagepraat en gelachen om de vele belevenissen. Iedereen keek gezond en voldaan terug op de eerste succesvolle dag. Zaterdag was de rustdag. De weergoden lieten precies op die dag alle regen van de aankomende dagen vallen. Anne, Don, Majoca, Leon en Roy beleefden veel lol aan het bereiden van het avondmaal, dat ’s avonds in de berghut werd genoten.

De Mortirolo en de Gaviapas

Zondagochtend vertrokken we eerst naar de Mortirollo. De betere renners reden de mannen-kant (korter, maar heftiger met stijgingspercentages tot 18%) en de goeie renners slechtte de vrouwen-kant (iets langer, maar iets minder stijl). Op de top trof het negental elkaar weer,  om gezamenlijk af te dalen naar het daldorp op zoek naar een welverdiend bord spaghetti. Dat bord moest ons voldoende energie geven om die andere iconische bergpas te bedwingen: de Gaviapas. Een klim van circa 18 kilometer naar een hoogte van 2621 meter. Met als hoogtepunt de donkere tunnel van circa 500 meter lang net onder de top, met weinig licht, slecht wegdek en nauwelijks witte belijning. Alle concentratie was nodig om het moeie lijf te gidsen naar het licht aan het einde van de tunnel. Op de top bleven de high fives, schouderklopjes, euforie kreten en applaus bleef niet uit. Uiteindelijke lieten de renners zich één voor één vol trots fotograferen voor het bord van de Gaviatop.

Vervolgens ging de achterklep van de volgauto weer open: water werd gedronken, bananen verslonden, muesli repen versmaden en de handschoenen, windjacks gingen weer aan. Klaar voor weer zo’n adembenemende afdaling. En wederom werden de belevenissen, verhalen, ervaringen, prestaties met trots en veel gelach uitgewisseld in het inmiddels welbekende restaurant in het dal.

Maandag de reservedag, die we over hadden. Om het fietsavontuur waardig af te sluiten fietste een aantal naar het stuwmeer Lago di Cancano. Geheel in traditie werd met vele andere fietsers geluncht met spaghetti in de berghut.

Moe maar voldaan vertrokken de hemelbestormers dinsdag 6 september huiswaarts. Bij het intikken gaf de navigatie aan dat er op twee manieren naar huis gereden kon worden: direct over de snelweg of toch nog één keer de Stelviopas en Umbrialpas over maar nu vanuit de luie autostoel genietend. Die keuze was snel gemaakt..

Uw verslaggever,
Don Rolfes


Laat een reactie achter